Deze handleiding helpt de banksector om preventieprocessen tegen gevaarlijke risico's te verbeteren
SANTO DOMINGO. De Superintendencia de Bancos (SB) heeft een reeks richtlijnen, vastgelegd in de " Guide to good practices for the management of environmental and social risks in the banking sector", beschikbaar gesteld aan financiële intermediairs met als doel de protocollen op deze gebieden te versterken.
Maar waaruit bestaat deze handleiding en hoe helpt deze bedrijven bij het identificeren en verbeteren van hun sociale en ecologische zwakheden?
Wat is het doel van deze handleiding?
Volgens de organisatie is het document bedoeld om financiële intermediairs te begeleiden bij het beheersen van de milieu- en sociale risico's die verbonden zijn aan hun activiteiten. Hiertoe bevat het richtlijnen voor governance, intern beleid, milieu- en sociale due diligence, risicocategorisatie en de integratie van deze criteria in de verschillende fasen van het kredietverleningsproces.
Het omvat tevens monitoringmechanismen, institutionele training en prestatie-indicatoren die de evaluatie van de toepassing van deze praktijken mogelijk maken.
De handleiding biedt ook praktische instrumenten om de implementatie van milieu- en sociale risicobeheersystemen (ESRMS) in financiële instellingen te vergemakkelijken. Deze systemen helpen bij het identificeren, voorkomen en beheersen van potentiële negatieve gevolgen van de activiteiten die zij financieren.
Waarom zijn deze richtlijnen nodig voor de banksector?
Zoals de Superintendencia de Bancos (het Indiase toezichtsorgaan voor banken) uitlegt, vereisen milieu- en sociale risico's dezelfde aandacht als traditionele financiële risico's, omdat ze de kwaliteit van kredietportefeuilles kunnen beïnvloeden en financiële, juridische, regelgevende en reputatieschade voor entiteiten kunnen veroorzaken.
De publicatie bevat ook internationale standaarden en referenties, waaronder de Performance Standards van de International Finance Corporation (IFC), de Equator Principles, de Principles for Responsible Banking van de Verenigde Naties en de aanbevelingen van de Working Group on Climate-related Financial Disclosures (TCFD).
Welke sectoren profiteren van deze sociaal-milieurichtlijnen?
De SB presenteert deze richtlijnen zodat ze in diverse sectoren van de economie kunnen worden toegepast. De gids bevat best practices voor activiteiten met een grote impact, zoals energie, landbouw, bouw, mijnbouw en toerisme.
Deze gebieden zijn aanzienlijk blootgesteld aan risico's die verband houden met klimaatverandering, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de mogelijke maatschappelijke gevolgen van hun activiteiten.
Wat is deze handleiding?
Volgens circulaire CCI-REG-2026000010 van de Bankenautoriteit is dit een instrument dat tot doel heeft de capaciteiten van financiële instellingen te versterken om risico's met betrekking tot het milieu, klimaatverandering en de sociale aspecten van de door hen gefinancierde activiteiten te identificeren, te evalueren en te beheren.
In die zin beoogt de richtlijn ervoor te zorgen dat organisaties niet alleen de financiële draagkracht van hun cliënten beoordelen, maar ook rekening houden met de potentiële milieu- en sociale risico's van de projecten en activiteiten die zij ondersteunen door middel van leningen.
Materialisering van milieu- en sociale risico's (A&S)
Zoals gedetailleerd beschreven in het volledige document, kunnen milieu- en sociale (ES) risico's voor financiële instellingen zich op verschillende manieren manifesteren. De belangrijkste risico's zijn onder meer:
1. Kredietrisico:
Dit risico ontstaat wanneer een klant niet in staat is om leningbetalingen te voldoen of wanneer negatieve milieu- en sociale gevolgen de waarde van het onderpand beïnvloeden. Dit risico kan zich voordoen wanneer de klant wettelijke verplichtingen, belastingen, heffingen of boetes moet betalen om milieu- en sociale schade veroorzaakt door nalatigheid te herstellen, en ook wanneer hij verplicht is om schadevergoeding aan derden te betalen.
2. Reputatieschade.
Dit heeft betrekking op cliënten of bedrijfsactiviteiten die verbonden zijn aan controversiële situaties. Het imago en de integriteit van een financiële tussenpersoon kunnen worden aangetast als gevolg van wanpraktijken, negatieve acties van een cliënt of ongunstige bedrijfsactiviteiten die een negatieve perceptie in de media en de maatschappij genereren.
3. Regelgevingsrisico.
Dit risico vloeit voort uit veranderingen in overheidsbeleid en regelgeving die bedrijven en financiële tussenpersonen verplichten hun milieu-, sociale en klimaatbeheerpraktijken aan te passen. Deze maatregelen kunnen koolstofbelastingen en beperkingen op het gebruik van fossiele brandstoffen omvatten, wat de operationele kosten kan verhogen. Ook de toename van rechtszaken met betrekking tot klimaatverandering kan de juridische risico's vergroten, met name in sectoren met een hoge CO2-uitstoot.
4. Marktrisico.
Dit verwijst naar het potentiële waardeverlies van activa of financiële portefeuilles als gevolg van veranderingen in de omgeving die samenhangen met milieu-, sociale en governancefactoren (ESG). Deze factoren kunnen van invloed zijn op vraag, aanbod of marktperceptie. Voorbeelden hiervan zijn veranderingen in milieuregelgeving, verschuivingen in consumentenvoorkeuren, waardevermindering van activa, maatschappelijke druk en de transitie naar een koolstofarme economie.
5. Risico's verbonden aan onderpand
Financiële tussenpersonen gebruiken vaak grond, machines of andere activa als onderpand om het kredietrisico te verlagen. Wanneer grond echter verontreinigd is of milieuschade veroorzaakt die derden treft, kan de financiële instelling die het onderpand verwerft, juridisch aansprakelijk worden gesteld en de saneringskosten moeten betalen. Dit kan leiden tot milieuaansprakelijkheid en in sommige gevallen kunnen deze kosten de waarde van het onderpand overstijgen, met verliezen voor de financiële instelling tot gevolg.
6. Juridisch risico
Dit houdt in dat een financiële instelling mogelijk te maken krijgt met sancties, rechtszaken of juridische procedures als gevolg van het niet naleven van wetten, regelgeving of verplichtingen met betrekking tot milieu- en sociale aspecten.
Aanbevolen lectuur:




