Hoofdstuk zes van de wet voorziet in de oprichting van het SNIT, het Nationaal Systeem voor Territoriale Informatie, dat de instantie zal zijn waar de gegevens worden geregistreerd en verwerkt.
Door de redactie El Inmobiliario
SANTO DOMINGO– “Groene zones binnen verstedelijkt gebied moeten een minimale oppervlakte hebben van acht vierkante meter per inwoner.” Zo luidt de tekst van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, het Grondgebruik en de Menselijke Nederzettingen, die vorige week door de Senaat van de Republiek is goedgekeurd.
Artikel 42 bepaalt dat verstedelijkt gebied groene zones moet omvatten die recreatieve, ecologische, sierlijke of natuurbehoudsdoeleinden dienen, in verhouding tot de oppervlakte en het aantal inwoners. Het document stelt dat deze bepaling moet worden vastgelegd in de uitvoeringsvoorschriften van de wet.
Hoofdstuk zeven over het grondgebruiksregime classificeert ze als stedelijk, bebouwbaar en niet-bebouwbaar.
"Lokale overheden die geen gemeentelijk bestemmingsplan hebben, zullen het land alleen classificeren als stedelijk en niet-stedelijk, tenzij die categorie is opgenomen in een bovengemeentelijk plan", aldus een toelichtende paragraaf.
De wet bepaalt dat bodemclassificaties gebaseerd zullen zijn op hun aard of doel.
In verstedelijkte gebieden zijn deze bestemd voor bewoning of productieve activiteiten zoals toerisme, landbouw (waar akkerbouw mogelijk is), bosbouw, mijnbouw, kust- en zeegebieden, speciale diensten zoals havens en luchthavens, en beschermde gebieden.
Het verstedelijkte gebied zal volgens de wet worden ingedeeld in woon-, commerciële, institutionele, toeristische, recreatieve, industriële en gemengde zones.
Oprichting van een nationaal territoriaal informatiesysteem
Hoofdstuk zes van de wet voorziet in de oprichting van het SNIT, het Nationaal Systeem voor Territoriale Informatie, dat de instantie zal zijn waar de gegevens worden geregistreerd en verwerkt.
Volgens het document zal deze afdeling worden ondergebracht bij het Ministerie van Economie, Planning en Ontwikkeling (MEPyD) en toegang hebben tot alle geografische informatie van het nationale grondgebied.
Artikel 39 definieert de functies van het SNIT als het coördineren met het Nationaal Geografisch Instituut van de bestaande geografische systemen in het land, met het ONE, het Nationaal Bureau voor de Statistiek of met internationale databases, om de genoemde informatie te verzamelen, te archiveren en te verspreiden.
Naast het bijhouden van digitale gegevens en het coördineren met aan de organisatie gelieerde entiteiten, is de afdeling verantwoordelijk voor de operationele procedures voor het gebruik, de uitwisseling en de optimalisatie van de informatiegeneratie.
Hoewel er gesproken wordt over sectorale organen die zich te zijner tijd zullen aansluiten, bepaalt de wet dat de SNIT vanaf het begin moet bestaan uit de ministeries van Milieu en Natuurlijke Hulpbronnen, Landbouw, Openbare Werken en Communicatie, Toerisme, Energie en Mijnbouw, Onderwijs, Volksgezondheid en Huisvesting en Gebouwen.




